Klimaatverandering


home
over hoesnel.nl
zoeken
Klimaatverandering
     nieuws
     voorspellingen
     artikelen
     redactie

  Afname Golfstroom?
door Rolf Schuttenhelm

Het klimaat in Nederland en het grootste deel van Europa wordt sterk beīnvloed door de Golfstroom, die warm water uit de Golf van Mexico langs de kust van Florida noordoostwaarts de Atlantische Oceaan op voert tot aam Noorwegen en de Barentszee. Als gevolg van deze oceaanstroming heeft noordwest Europa een klimaat dat voor de breedtegraad relatief warm is. Het gematigde karakter, het zeeklimaat, dankt noordwest Europa, naast de geografische ligging, evenwel aan een ander verschijnsel, de Noord Atlantische Oscillatie (NAO). De NAO is de dominante verdeling van drukgebieden die zorgdraagt voor de (zuid-)westenwinden en dus voor warme, natte winters en gematigde, natte zomers. Het effect van de Golfstroom staat daar los van. Zou de Golfstroom niet bestaan, dan zou noordwest Europa nog steeds overwegend gekenmerkt worden door (zuid-)westenwinden, het zou evenwel 3 tot 4 graden kouder zijn.

De Golfstroom is onderdeel van de wereldwijde thermohaliene circulatie. De thermohaliene circulatie (THC) vormt een massabalans voor al het stromende water in de oceanen. De Golfstroom voert warm water langs het oppervalk tot aan de noordelijke IJszee. Daar koelt het water af, zinkt naar de bodem en vormt een koude stroming, die over de diepte van de westelijke Atlantische oceaan terugstroomt langs het Caribisch Gebied, naar de zuidelijke Atlantische Oceaan. De stromingen worden veroorzaakt door dominante winden en de draaibewegiung van de aarde, die een opstuwend effect hebben, terwijl de diepere stromingen meestal bestaan om de massabalans te herstellen. Het stijgen en dalen van het water wordt veroorzaakt door opwarming en afkoeling en daarmee gepaard gaande veranderingen van de zoutconcentratie. Het aaneengesloten patroon van de thermohaline circulatie in de oceanen op aarde ligt min of meer vast.

Max Planck
KNAW Klimaat
KNMI Golfstroom
IPCC THC & NAO
UNEP
Wiki THC Shutdown
Wereldwijde thermohaliene circulatie.
Wereldwijde thermohaliene circulatie, in rood onder andere de Golfstroom. Bron: IPCC


De thermohaliene circulatie staat in toenemende mate in de belangstelling van de wetenschap en de media, voornamelijk met betrekking tot klimaatverandering. Fluctuaties in de bestaande patronen van thermohaline circulatie op aarde hebben in theorie, maar ook in praktijk grote gevolgen voor het atmosferische klimaat op aarde. Een bekende (natuurlijke) fluctatie op het normale stromingspatroon is El Niņo, het verschijnsel dat de normale oost-west stroming aan het oppervlak van de Grote oceaan tussen Peru en Indonesië wordt onderbroken en een golf warm water in oostelijke richting stroomt. De klimatologische gevolgen van El Niņo zijn vaak over de gehele wereld merkbaar en vooral in Australië em Indonesië (droogte, bosbranden) en de westkust van Zuid-Amerika (regen, modderstromen) dramatisch. Een deel van het onderzoek naar de thermohaline circulatie richt zich op dit verschijnsel en de vraag of de kans op het optreden van El Niņos misschien zal toenemen onder invloed van huidige klimaatveranderingen.

Ander onderzoek richt zich op de variabiliteit van de thermohaliene circulatie in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, waar de warme Golfstroom een belangrijk onderdeel van is. Onder invloed van de huidige klimaatveranderingen zijn dramatische afwijkingen in het Noord-Atlantische stromingspatroon getheoretiseerd, waaronder een volledig stilvallen van de stroming. Door het opwarmen van de aarde en het smelten van de ijskap op Groenland zou zoveel zoet water aan het noordelijk deel van de stroming worden toegevoegd, dat het zoutgehalte en daarmee het gewicht van het water dusdanig zou dalen, dat het niet meer voldoende zou kunnen zinken om de koele, diepe oceaanstroom te vormen. Hierdoor zou ook de warme Golfstroom geblokkeerd worden en mogelijk zelfs stilvallen. De genoemde gevolgen van een dergelijke omslag zijn dramatisch. De temperatuurdaling van het oceaanwater zou leiden tot een uitbreiding van het poolijs, toename van de albedo, verdere afkoeling van het hele gebied en volgens sommigen zelfs de komst van een nieuwe ijstijd op het noordelijk halfrond inleiden.

Tijdens zijn voordracht op het Dutch Climate Variability Symposium op 10 oktober 2006 vertelt Professor dr. Jochem Marotzke dat het "stilvallen" van de thermohaliene circulatie in de Noord-Atlantische oceaan onmogelijk is "zolang de continenten bestaan, de wind waait en de aarde draait". Maar daarmee is een afname van de kracht van de oceaanstroming niet onmogelijk. Tijdens de smelt van de ijskap op Groenland in de komende twee eeuwen, waarover steeds meer wetenschappelijke overeenstemming ontstaat, stroomt een grote hoeveelheid zoet water in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Maratzke is, namens het Max-Planck-Institut für Meteorologie in Hamburg, een van de eerste onderzoekers die heeft geprobeerd om de stroming van het zoete smeltwater van Groenland in een model van de thermohaline circulatie op te nemen. Omdat de invloed van het smeltwater van Groenland afhangt van het tempo van de smelt, hanteert hij daarbij verschillende scenario's. Bij gelijkblijvende wereldwijde CO2-uitstoot vanaf het jaar 2000 is er volgens het gebruikte model wel sprake van enige smelt op Groenland, maar de gevolgen zijn minimaal. Maar het is uiterst onwaarschijnlijk dat de wereldwijde CO2-uitstoot in de 21e eeuw op het niveau van 2000 blijft. In andere scenario's, waarin zowel de CO2-emissie als de daaruit voortvloeiende temperatuurstijging steeds verder toenemen, toont het model een duidelijke en toenemende afsmelt van de ijskap op Groenland aan. De berekende kracht van de zoetwaterstroming die deze smelt veroorzaakt blijft volgens Marotzke echter te klein om een duidelijke verstoring van de thermohaline circulatie te veroorzaken.

Hoe komt het dan dat Britse onderzoekers onlangs in Nature berichtten over de nu reeds door hun aangetoonde afname van de Noord-Atlantische thermohaliene circulatie met 30% in de afgelopen vijftig jaar? Volgens dr. Marotzke zijn de resultaten niet statistisch significant. De Britse onderzoekers hebben te weinig metingen verricht om seizoensfluctuaties uit te sluiten, stelt Marotzke, terwijl hij laat zien hoe groot de natuurlijke variabiliteit is van de oceaanstroming. Onder invloed van met name windcondities kan de stroming locaal sterk fluctueren, zonder implicaties voor de gehele circulatie. De Britse onderzoekers verrichtten hun metingen van de stroming toen zij het onderzoek in 1957 begonnen in de maand oktober. Toen ze in 1981 terugkeerden namen ze de metingen in de maanden juli en augustus enzovoorts. Bovendien is het zeer onwaarschijnlijk dat de Golfstroom nu reeds zou zijn afgenomen. Een afname van de Golfstroom met 30% zou de gemiddelde temperatuur in Noordwest Europa met ongeveer een graad doen dalen terwijl de gemiddelde temperatuur in het gebied in dezelfde periode juist is gestegen.


Bron: Variability and Predictability of the Ocean Thermohaline Circulation. Prof. dr. J. Marotzke. KNAW, 10 oktober 2006.


Het huidige artikel is een snelle eerste versie, binnen enkele dagen staat de definitieve versie, met koppelingen naar andere artikelen en ontdaan van fouten op deze plek.

Gerelateerde artikelen:
Afname winterijs Noordpool.
Trendlijn ijsuibreiding winter Noordpool van 1978 tm winter 2005.
September 2049: Noordpoolijs gesmolten.
Trendlijn zomersmelt Noordpool van 1978 tm zomer 2005. Laat eveneens de uitbreiding van de Noordoost Passage zien.